Gedragsprotocol OBS Daltonschool De Margriet

Pesten op school 

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school ook serieus willen aanpakken. Daar zijn enkele voorwaarden aan verbonden:

Voorwaarden

Pesten moet als probleem worden gezien door alle betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/ verzorgers (hierna genoemd: ouders).
De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt waarna met hen regels worden vastgesteld.
Als pesten optreedt moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop op steekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
Op iedere school is een vertrouwenspersoon aangesteld.
Het doel van dit pestprotocol

Alle kinderen mogen zich in hun basisschool periode veilig voelen zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken, kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan.

Leerkrachten, de OC en de MR onderschrijven gezamenlijk dit protocol. 

Het verschil tussen plagen en pesten

Plagen                                                                     Pesten

1. Gebeurt spontaan                                             1. Gebeurt met opzet: de pestkop weet vooraf wie hij/ zij zal pesten en op welke manier.

2. Heeft geen kwade bijbedoeling.               2. Wil iemand bewust kwetsen of kleineren.

3. Duurt niet lang, gebeurt niet vaak.          3. Kan lang blijven duren, gebeurt meer dan eens en regelmatig. Houdt niet vanzelf op.

4. Speelt zich af tussen gelijken.                4. De strijd is ongelijk, de pestkop heeft altijd de bovenhand. De pestkop voelt zich machtig als het slachtoffer zich machteloos voelt.

5. Is meestal te verdragen of zelfs

plezierig, maar kan ook kwetsen.                 5. De pestkop heeft geen positieve bedoeling, wil pijn doen, vernielen of kwetsen.

6. Is meestal 1 tegen 1.                               6. Meestal een groep tegenover 1 slachtoffer.

7. De rollen liggen niet vast.                        7. Heeft een vaste structuur. De pestkoppen zijn meestal dezelfden en de slachtoffers ook. Als de slachtoffers wegvallen, kan de pestkop wel op zoek gaan naar een ander slachtoffer.

8. De eventuele pijn is dragelijk.                 8. Als er niet op tijd iets aan wordt gedaan, kunnen de lichamelijke en geestelijke gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken.

9. De vriendschap wordt hervat.                  9. Het is niet makkelijk om na het pesten een goede relatie op te bouwen.

10. Het blijft lid van de groep.                    10. Het gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam en voelt dat hij/ zij niet meer bij de groep hoort.

11. De sfeer in de groep blijft goed.            11. Geeft een dreigend, onveilig gevoel in de groep. Iedereen is angstig omdat ze bang zijn de volgende te zijn die gepest zal worden.

Het probleem dat pesten heet

De piek van het pesten ligt tussen de 10 en 14 jaar, maar ook in lagere en hogere groepen wordt er gepest. Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.

Hoe willen wij daar preventief mee omgaan?

Op school willen we dat elke groep twee keer per maand een onderwerp in de kring aan de orde stelt. De onderwerpen worden schoolbreed als bespreking van de schoolregels en als themalessen afgesproken.
Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.
Andere werkvormen zijn ook denkbaar zoals spreekbeurten, rollenspellen, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.
Het voorbeeld van de leerkracht (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en leerlingen wordt niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden, is het afspreken van regels voor de leerlingen.
Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

  • altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen
  • zogenaamd leuke opmerkingen maken over een klasgenoot
  • een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven
  • briefjes doorgeven
  • beledigen
  • opmerkingen maken over kleding
  • isoleren
  • buiten school opwachten, slaan of schoppen
  • op weg naar huis achterna rijden
  • naar het huis van het slachtoffer gaan
  • bezittingen afpakken
  • schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer
  • systematisch of meerdere keren bovenstaande gedragingen door/ naar dezelfde persoon
  • bovenstaande signalen via internet of e-mail.

Probleemgedragingen/ signaalgedragingen (ingedeeld in leeftijd)

Kanttekening:

deze lijst is een globale richtlijn en is niet volledig
sommige items zijn op zich een direct probleem of delict
sommige items op zich hoeven nog geen aanleiding te geven om je ongerust te maken
een combinatie van meerdere items zou wel eens een aanleiding kunnen zijn dat er meer aan de hand is.
Indeling in leeftijd

Van 0 tot 4
veel huilen
overdreven aandacht trekken, de zin willen hebben en doordrijven
druk, overbeweeglijk, niet stil kunnen zitten
impulsief gedrag
niet kunnen luisteren
agressief zijn naar andere kinderen: bijten, slaan, schoppen, haren trekken en niet gevoelig zijn voor correctie
veel uitdagen
niet met andere kinderen samen kunnen spelen
seksuele en agressieve spelletjes
speelgoed kapot maken
Van 4 tot 12
afwijkend gedrag van wat voor het kind, de leeftijd en de situatie normaal is
afwijkende ideeën over wat wel en niet mag
ernstig ongehoorzaam zijn/ autoriteitsconflicten
liegen bij aanhouding/ verhoren en geen autoriteitsgevoelig gedrag vertonen
onverschilligheid t.a.v. ouderen/ ouders/ agenten
vernielingen en vandalisme
agressief zijn naar andere kinderen en met agressie problemen oplossen
pestgedrag vertonen/ gepest worden
impulsief gedrag als brandjes stichten
(kleine) diefstallen
drugs en alcoholgebruik
spijbelgedrag
slechte motivatie, negatieve houding en slechte resultaten op school
ongunstig schoolklimaat
liegen
laag zelfbeeld
seksueel uitdagen naar andere kinderen en volwassenen
weinig vrienden hebben of erg groepsgevoelig zijn
angstig, bang en stressgevoelig zijn
niet even alleen durven zijn
weglopen van huis
eenzaam voelen/ ontbreken van steun
veel praten over dood en dood willen
veel gezinsconflicten
Van 12 tot 18
overmatig alcoholgebruik, herhaaldelijk drugsgebruik
agressie niet onder controle hebben
diefstal, beroving
rondhangen en zwerven
seksueel uitdagend gedrag
weinig doen aan sport en geaccepteerde hobby’s
gevoel hebben dat niets lukt, maar er ook niets aan willen en kunnen doen
erg groepsgericht en groepsgevoelig zijn
weinig initiatief ondernemen om hechte vriendschappen en relaties aan te gaan (zwakke sociale banden)
niet goed uit de woorden kunnen komen
Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden. De regels die binnen school zijn afgesproken moeten ook naar de ouders worden gecommuniceerd.

Mogelijke oorzaken van pestgedrag

Een problematische thuissituatie;
Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten worden)
Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt;
Voortdurend met elkaar de competitie aangaan;
Een voortdurende strijd om de macht in de klas of in de buurt.
Regels om pesten te voorkomen

Regel 1
Als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan moet je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

Regel 2
Een tweede stelregel is dat medeleerlingen ook verantwoordelijkheid hebben om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

Regel 3
Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te lossen. Bij problemen van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid (moeten) nemen en overleg voeren met de ouders van de pester en gepeste.

Schoolregels die in alle groepen gelden

Ik heb respect voor anderen.
Ik ben aardig voor anderen.
Ik ga netjes om met mijn omgeving.
Ik luister naar anderen.
Deze regels gelden op school en daarbuiten. Elke maand staan schoolbreed één van bovenstaande regels en één themales centraal. Deze regels worden duidelijk zichtbaar in de klas opgehangen en vermeld in de nieuwsbrief.

Groepsregels

Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de leerkracht.

Die aanvullingen worden opgesteld door en met de groep, die zijn de zgn. groepsregels. Zowel schoolregels als groepsregels zijn zichtbaar in de klas opgehangen.

Aanpak van de ruzies en pestgedrag in 4 stappen

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/ of elkaar pesten doen wij het volgende:

Stap 1
Er eerst zelf (en samen) uit te komen

Stap 2
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en de verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.

Stap 3
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen/ ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties).

Stap 4
Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend gesprek met de leerling die pest/ ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking volgens de “drie is teveel” regel. Na drie waarschuwingen n.a.v. pestgedrag worden de ouders op de hoogte gebracht van het ruzie-, pestgedrag. Het verslag van dit gesprek wordt opgeslagen in Parnassys. Na nog een cyclus van “drie is teveel” wordt tevens de directeur ingelicht en zal deze aanwezig zijn bij het tweede gesprek met de ouders. Ook dit gesprek wordt vastgelegd.

De directeur, de leerkracht en ouders van alle betrokken partijen proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

N.B. De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig met de ouders en/ of externe deskundigen.

Consequenties

De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten:

In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.

De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem/ haar melden) en vervolgens leveren stap 1 t/m 4 geen positief resultaat op voor de gepeste.

De leerkracht neemt duidelijk een stelling in. De straf is opgebouwd in 4 fases, afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar gedrag en hier geen verbetering in vertoont:

Fase 1
Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/ haar rol in het pestprobleem
Door gesprek: bewustwording voor wat hij/ zij met het gepeste kind
Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komt aan het eind van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.
Fase 2
Wederom een gesprek met de directeur, leerkracht en ouders en als voorgaande acties op niets uitlopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een eind aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd in Parnassys en de school heeft al het mogelijke gedaan om een eind te maken aan het pestprobleem.
Fase 3A
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk werk.
Fase 3B
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden.
Fase 4
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.
N.B.

Van alle oudergesprekken, zowel door de leerkracht als de directeur en die pastgedrag betreffen, wordt verslaglegging gemaakt.

Excessief gedrag kan aanleiding geven tot een andere route. Dit soort gedrag valt buiten dit pestprotocol.

Begeleiden van de groep waarbinnen wordt gepest

Op De Margriet zien we pesten als een groepsprobleem. Iedereen binnen de groep heeft invloed op de wijze waarop er binnen de groep met elkaar wordt omgegaan. Daarom vinden wij het van belang dat de groep als geheel hier mee aan de slag gaat en dat niet alleen de schijnbaar direct betrokkenen worden begeleid. Om de zwijgende middengroep tot bondgenoot te maken in de strijd tegen het pesten zijn de volgende acties mogelijk:

Pesten aan de orde stellen in de groep bijvoorbeeld door aandacht voor dit protocol en door het onderwerp regelmatig terug te laten komen. Telkens in andere bewoordingen en ook gebruikmakend van verschillende werkvormen.

Als een leraar met de groep spreekt over pesten, is het raadzaam geen pestsituatie als uitgangssituatie te nemen, maar het onderwerp daar bovenuit te tillen. Gebeurt dit niet dan kan de groep het probleem ontkennen, bagatalliseren, het slachtoffer de schuld geven of zeggen dat het maar een grapje was.
Via rollenspel het buitengesloten zijn aan den lijve laten ondervinden.
Begeleiden van de gepeste leerling

·         Medeleven tonen, luisteren en vragen hoe en door wie er gepest wordt;

·         Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/ zij voor, tijdens en na het pesten;

– Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die de pester wil uitlokken. Laat de leerling inzien dat hij/ zij op een andere manier kan reageren;
– Zoeken naar en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld zich niet afzonderen;
– Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest;
– Nagaan welke oplossing de leerling zelf wil;
– Sterke kanten van de leerling benadrukken;
– Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/ beter opstelt;
– Praten met de ouders van de gepeste leerling;
– Het gepeste kind niet over beschermen. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.
– Begeleiden van de pester
– Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)
– Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste;
– Excuses aan laten bieden;
– In laten zien welke sterke/ leuke kanten de gepeste heeft;
– Pesten is verboden in en om onze school: wij houden ons aan deze regel;
– Straffen als het kind wel pest, belonen als het kind zich aan de regels houdt;
– Kinderen leren om niet meteen kwaad te worden, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren;
– Contact tussen ouders en school. Elkaar informeren en overleggen;
– Inleven in het kind;
– Zoeken naar een sport of club waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen ook leuk kan zijn;
Inschakelen van hulp zoals sociale vaardigheidstrainingen, jeugdgezondheidszorg, huisarts etc.

Adviezen aan de ouders

Ouders van het gepeste kind

Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind;
Als pesten niet op school gebeurt maar op straat of op internet, probeer dan contact op te nemen met de ouders van de pester om het probleem bespreekbaar te maken;
Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken;
Door positieve stimulering en schouderklopjes kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen;
Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport;
Steun uw kind in het idee dat er een einde komt aan het pesten.

Ouders van de pesters

Neem het probleem van uw kind serieus;
Raak niet in paniek, elk kind loopt kans een pester te worden;
Probeer achter de oorzaak te komen;
Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet;
Besteed extra aandacht aan uw kind;
Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport;
Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind;
Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.
Alle andere ouders
Neem de ouders van het gepeste kind serieus;
Stimuleer uw kind om op een goede manier met anderen om te gaan;
Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag;
Geef zelf het goede voorbeeld;
Leer uw kind voor anderen op te komen;
Leer uw kind voor zichzelf op te komen.
Contact adressen.

Contact kan het best in eerste instantie worden opgenomen met de groepsleerkracht. Dat kan per e-mail maar als het gaat om pesten raden we aan om een afspraak te maken voor een gesprek.

In tweede instantie kunt u ook met de directie contact opnemen.

e-mail: directie@demargriet.nl

Voor meer vertrouwelijk contact kunnen onze vertrouwenspersonen worden benaderd. Onze vertrouwenspersonen zijn juf Anja en juf Elisa.

e-mail: vertrouwenspersoon@demargriet.nl of via hun persoonlijke e-mailadressen.